Baron Frits

24 juni 2015 werd tijdens graafwerkzaamheden in de Kasteeltuin een loden kist met menselijke, stoffelijke resten gevonden. De bevindingen van een studie naar het lichaam door fysisch antropolog Birgit Berk zijn voldoende aanleiding voor het bestuurd van De Keverberg om ervan uit te kunnen gaan dat Baron Frits is gevonden.

Baron Frits was de bijnaam van Frederik Hendrik Karel baron de Keverberg de Kessel (22 juli 1825 – 27 september 1876), een Nederlands grootgrondbezitter en politicus. De Keverberg was lid van de familie De Keverberg en een zoon van gouverneur Karel Lodewijk baron van Keverberg van Kessel (1768-1841) en diens tweede echtgenote, de Engelse Mary Lodge (1794-1879). Hij trouwde in 1857 met jkvr. Louise Josephine Marie de Villers de Pité (1836-1896), lid van de familie de Villers de Pité en dochter van Kamerlid jhr. Louis Libert Guillaume Marie de Villers de Pité (1803-1889), uit welk huwelijk een dochter werd geboren.

De Keverberg studeerde van 1844 tot 1848 Romeins en hedendaags recht aan de Universiteit Leiden waarna hij in het laatste jaar op stellingen promoveerde. Hij was eigenaar en bewoner van Kasteel Keverberg in Kessel en van 1851 tot 1859 was hij gemeenteraadslid en wethouder in zijn woonplaats. Van 11 maart 1864 tot 18 september 1864 was hij lid van de Tweede Kamer voor het kiesdistrict Roermond. In die korte tijd behoorde hij tot de Limburgse oppositie die zich tegen de Thorbeckianen keerden, omdat die te weinig oog zouden hebben voor de Limburgse belangen.[2] Vanaf 1869 was hij twee jaar lid van provinciale staten van Limburg voor het kiesdistrict Venlo.

De Keverberg stierf op 51-jarige leeftijd, verlaten door zijn vrouw, in Huis Oeverberg te Kessel, dat hij enkele jaren daarvoor had laten bouwen om de eenzaamheid op zijn kasteel te ontlopen. Door langlopende conflicten met burgemeester Van Wylick en de pastoor was hij een verstoteling in het dorp geworden. Zijn wens was om zijn lichaam voor wetenschappelijke doeleinden aan de universiteit van Leiden te schenken, maar dat is nooit gebeurd. Zijn dochter Maria Carolina Hortense Mathilde barones de Keverberg van Aldenghoor (1858-1921) was de laatste telg van het adellijke geslacht De Keverberg. Zij leidde een celibatair bestaan in het klooster.