Bewoners

De basis voor Kessel wordt gelegd in de oudste oorkonde van Nederland. In deze oorkonde, 7 oktober 950, schenkt de Duitse Koning Otto I namelijk de tolrechten van Kessel en Echt aan zijn leenman Ansfried. Deze oorkonde bevindt zich in het Regionaal Historisch Centrum te Maastricht. Nu er tol kan worden geheven vanuit de burcht in Kessel ontstaat er levendigheid en daarmee wordt de basis gelegd voor bewoning van De Keverberg dat tot halverwege de zestiende eeuw de naam Huys Kessel droeg. Bewoning die leidt tot de komst en afgang van vele bewoners.

De Graven van Kessel

Eind 11e eeuw vestigt zicht een adelijk geslacht uit de omgeving van Keulen in Kessel. Hoewel ze graven van Kessel genoemd worden, verblijven ze hier nauwelijks. Toch zijn het deze graven die op de plek van Kasteel De Keverberg een vierkante woontoren van 15×15 meter bouwen van keien, oerstenen en Romeins bouwmateriaal. Deze toren beschermde de mensen die in naam van de graven de tol inden. Een paar honderd meter richting het noorden realiseerden de graven een boerderij, Gravenhof genaamd. Op deze plek is tegenwoordig de gelijknamige watersportcamping gelegen. Deze boerderij diende als bron van voedsel en als verblijf voor de graven. Pas halverwege de 13e eeuw zijn deze namelijk pas in het kasteel gaan wonen.

Het Land van Kessel

Daarmee begint een tijdperk waarin Kessel een bovenregionale betekenis speelt. Graaf Hendrik I overlijdt bij de Slag van Andemach (bij Bonn, 1114) en daarna probeert zijn broer Walram tevergeefs Graafschap Kessel voort te zetten. uiteindelijk is het een nakomeling van Hendrik I, Hendrik V die zijn bezittingen op de linker Maasoever verkoopt aan de Graaf van Gelder. Dit gebied krijgt vervolgens de naam Land van Kessel en beslaat de huidige dorpen Kessel, Baarlo, Helden, Maasbree, Blerick, Sevenum, Swolgen en Wanssum Horst en Venray. In naam van de Graaf van Gelder komt er een kastelein in het kasteel die de Heer van Kessel wordt genaamd. Begin veertiende eeuw noemt deze familie zich Van Kessel. Hun wapenschild; vijf rode ruiten op een zilver veld wordt het wapen van de Heerlijkheid Kessel en is tegenwoordig het logo van Kasteel De Keverberg en dient als gemeentewapen van de Gemeente Peel en Maas. Deze familie beheert ook Kasteel Oijen, Huize den Oever aan het Veersepad én het goed Snaterbeek (Broek, Kessel) en realiseert een grafkelder in de parochiekerk. En bovenal zorgt deze familie ervoor dat het Limburgse Kasteel grotendeels de omvang kreeg zoals we het allemaal kennen.

Familie Van Merwijck

Als Willem II van Kessel in 1541 sterft en geen opvolger in rechte lijn nalaat, komt de familie Van Merwijck terecht op wat dan nog Huijs Kessel heet. Caspar van Merwijck is dan al 60 jaar en is dan overste onder Karel V. De periode dat de Familie van Merwijck op het Huijs Kessel woont kenmerkt zich door hoogte- en dieptepunten. Zo wordt het kasteel tijdens de 80-jarige Oorlog zwaar verwoest net als Huis Oijen en de kerk. In de eerste helft van de 17e eeuw worden deze gebouwen, het kasteel als laatste, hersteld. Hiervan zijn nog steeds stille getuigen aanwezig in het kasteel. Boven het poortje van de kasteeltuin naar de Maas en van de kasteeltuin naar de kerk zijn in deze tijd namelijk wapenstenen geplaatst. Hierin staat het jaartal 1651 én de wapens van Willem-Caspaer II van Merwijck en zijn echtgenote Judith van Lynden op. Willem Antoon Mathijs, baron van Merwijck is uiteindelijk de laatste telg van deze familie. Omdat hij geen nazaten heeft besluit hij Karel Kasper Emanuel van Keverberg aan te stellen als nieuwe bewoner van het kasteel.

Familie Van Keverberg

De familie Van Keverberg is daarmee het laatste adelijke geslacht dat De Keverberg bewoond. Baron Frits is de bekendste vertegenwoordiger van de familie en is eigenlijk de enige bewoner die zijn leven lang in het kasteel gewoond heeft. Zijn vader, Karel Lodewijk, heeft groot internationaal bestuurlijk aanzien. Karel Lodewijk is beambte bij de Franse regering, Onderprefect van Kleef, Prefect van Boven-Eems, Gouverneur van Antwerpen, Gouverneur van Oost-Vlaanderen en zelfs vicevoorzitter van de Raad van State en Lid van deze Raad. Baron Frits was voorbestemd voor een vergelijkbare, glanzende loopbaan. Het liep echter anders. Hij had veel te stellen met zijn familie en zijn dochter Mathilde, hij ruziede met de notabelen van Kessel en had wrok tegenover de Rooms Katholieke kerk. Dronkenschap en wanorde tekenen de laatste jaren van zijn leven die hij trouwens doorbrengt in Villa Oeverberg aan het Veersepad. Hij zou zijn lichaam na zijn dood ter beschikking hebben gesteld voor de wetenschap aan de Uninversiteit van Leiden maar daar is het vreemd genoeg nooit aangekomen…Mathilde van Keverberg is uiteindelijk de laatste telg van deze familie. Zij sterft in 1921 in Vaals. Sinds 2007 is haar grafkruis te vinden in de kasteeltuin.

Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid

Na het overlijden van baron Frits staat het kasteel aan de Maas enige jaren leeg. Uiteindelijk komen de nieuwe bewoners uit Duitsland. De Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid beginnen er een internernaatvoor Duitse jongens. Nog later maken ze er een pensionaar voor schipperskinderen van en uiteindelijk wordt het een huishoudopleiding voor wat oudere meisjes. Dit blijft zo tot aan die vreselijke laatste oorlogsdagen in 1944 als de terugtrekkende Duitsers het kasteel en de kerk verwoesten. De zusters hebben geen geld voor de wederopbouw van het kasteel en verhuizen naar Steyl. En het kasteel wacht van 1944 tot 2015 op nieuwe bewoning…